
De EU-lidstaten moeten hun financiën op orde brengen, zodat de rekening niet bij anderen terechtkomt. En dat gebeurt als er nu wordt weggekeken, stelt Anouk van Brug. Financiële buffers zijn geen luxe.
De oorlog in Iran raakt niet alleen onze veiligheid, maar jaagt ook de energieprijzen op. Door de verstoring in de Straat van Hormuz stijgen gas- en olieprijzen en daarmee keert de inflatie terug: 2,7 procent in maart, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dat vertaalt zich direct in hogere rentes en duurdere leningen voor overheden en bedrijven. Tegelijk neemt de geopolitieke onrust toe en lijkt een volgend conflict nooit ver weg. De oplopende rente is geen tijdelijk ongemak, maar een duidelijke waarschuwing.
Jarenlang profiteerden overheden en bedrijven van historisch lage rentes. Die tijd is voorbij. Hogere financieringskosten dwingen tot harde keuzes en begrotingsdiscipline. Door de lage rentestand van de afgelopen jaren hebben veel Europese landen 'gratis geld' kunnen lenen. Overheden konden tekorten afdekken met nieuwe schulden, zonder dat dit direct pijn deed door de lage rentekosten.
Op de korte termijn is dit een makkelijke uitweg. Maar nu de rente stijgt, gaan ook de kosten over deze staatsschulden omhoog, terwijl we tegelijkertijd meer willen investeren in onze veiligheid, concurrentievermogen en onafhankelijkheid. In Nederland maken we scherpe keuzes om geld vrij te spelen en onze defensie op peil te brengen, maar de energiecrisis en gevolgen daarvan komen daar nu bovenop. Financiële buffers zijn dan ook geen overbodige luxe, maar pure noodzaak.
"Een schuldencrisis is wel het laatste wat we kunnen gebruiken in de Europese Unie."
Een laag begrotingstekort en een lage staatsschuld zorgen voor economische bescherming tegen geopolitiek barre tijden. Landen die de financiën op orde hebben kunnen hun eigen broek ophouden. Landen die deze basisprincipes jarenlang in de wind hebben geslagen, zullen als eerste naar Europa kijken voor oplossingen. En die 'oplossingen' kennen we inmiddels: gezamenlijke schulden, nieuwe fondsen en soepelere begrotingsregels.
Het klinkt aantrekkelijk: samen investeren om de economie te stimuleren. Maar in de praktijk betekent het vaak dat landen die hun financiën niet op orde hebben, worden gesteund door landen die dat wel hebben. De rekening wordt gedeeld, de verantwoordelijkheid niet. Juist in onzekere tijden komt de vraag op tafel of begrotingsregels versoepeld moeten worden en schulden verder kunnen oplopen. Dat lijkt een makkelijke uitweg, maar schuift de rekening vooruit.
Dat is onverstandig. Bijna een op de drie Europese landen staat al onder verscherpt Europees toezicht omdat de financiële gaten te groot zijn. De ballon kan maar zo ver worden opgeblazen tot hij knapt. Nog los van de inflatoire effecten van een hoog begrotingstekort is een schuldencrisis wel het laatste wat we momenteel kunnen gebruiken. Begrotingsregels zijn de basis van een stabiele economie.
Landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en hun financiën op orde brengen, zodat de rekening niet telkens bij anderen wordt neergelegd. We kunnen ervoor kiezen om de realiteit van de hogere rente te negeren en door te gaan op de oude, te hoge voet. Of we grijpen dit moment aan om onze economieën te versterken. Wie nu wegkijkt, legt een zwaardere rekening bij de volgende generaties. Wie orde op zaken stelt, zorgt dat Europa sterker uit deze periode kan komen.